Actieve nabijheid
Mijn aanpak is enerzijds gebaseerd op de Loekemeijermethode, waarbij er gekeken wordt door een hechtingsbril. En anderzijds maak ik gebruik van de autismespecifieke kennis die ik doorheen de jaren heb verzameld.
Loekemeijermethode
Ontwikkeling van de emotionele en sociale gehechtheid
De Loekemeijermethode gaat ervan uit dat iemand met autisme dezelfde opeenvolgende ontwikkelingsfasen van de emotionele en sociale gehechtheid doorloopt als iemand die zich gemiddeld ontwikkelt.
Link naar ontwikkelingsfasen
De ontwikkeling van de gehechtheid gaat bij autisme niet vanzelf voort. Dit betekent dat de gehechtheid bij autisme stil komt te staan in lage ontwikkelingsfasen. Iemand met autisme, jong of oud, bevindt zich nog in Ontwikkelingsfase 4 of lager. Hoe langer de ontwikkeling stilstaat des te groter de achterstand.
Het gehechtheidsproces komt bij autisme stil te staan nog voordat het gehechtheidsproces met de eerste gehechtheidspersoon ‘veilig’ is doorlopen. 'Dit heeft een zeer grote invloed op het welzijn, de algehele ontwikkeling, de persoonsontwikkeling en de ontwikkeling van psychische en fysieke klachten. Het gevolg hiervan is (jarenlang) dagelijkse gevoelens van hevige stress, paniek, angst, overleven, eenzaamheid, overprikkeling en oververmoeidheid. Er kan sprake zijn van depressiviteit en dwanggedachten, rituelen, tics, automutilatie, fysieke klachten, rouw en gehechtheids-, school- en hulpverlenerstrauma’s. Hoe langer het gehechtheidsproces stilstaat, hoe groter het trauma.
Wanneer de ontwikkeling bij autisme voortgaat, verloopt deze veel langzamer dan gemiddeld.
De emotionele en sociale gehechtheid komt bij autisme stil te staan in Ontwikkelingsfase 4 of lager. Alle gedragingen die iemand met autisme wel of nog niet laat zien, zijn te plaatsen in ontwikkelingsfase 4 of lager. Dit komt overeen met een ontwikkelingsleeftijd van tweeënhalf jaar of jonger. Vaak bevindt iemand met autisme zich in Ontwikkelingsfase 3. Niemand verwacht dat, zeker niet bij een ouder kind, jongere of volwassene met een goede cognitie. Door de grote achterstand en stilstand in de ontwikkeling van de emotionele en sociale gehechtheid laat iemand met autisme gedragingen zien die niet passend zijn voor zijn leeftijd en cognitie, maar wel passen bij de lage ontwikkelingsfasen van de gehechtheid waarin hij zich bevindt. Deze gedragingen zijn vergelijkbaar met die van hele jonge kinderen die een gemiddelde ontwikkeling doorlopen. Alleen zien gedragingen van oudere kinderen, jongeren en volwassenen er in lage ontwikkelingsfasen heel anders uit dan wordt verwacht.
Gehechtheid en cognitie zijn verschillende ontwikkelingsgebieden. Vergeleken met een gemiddelde ontwikkeling, loopt de emotionele en sociale gehechtheidsontwikkeling bij autisme ver achter. De cognitieve ontwikkeling is bij autisme vaak gemiddeld tot (ver) bovengemiddeld. Zo is er bij autisme sprake van een enorme kloof tussen de gehechtheid en cognitie. Een achterstand en stilstand in de emotionele en sociale gehechtheid bij een kind, jongere of volwassene met autisme én een goede cognitie worden vaak niet als zodanig herkend door zijn uitstekende imitatievermogen en aangeleerde vaardigheden. Iemand met autisme en een goede cognitie heeft het vermogen om gedragingen veelal onopvallend van anderen te kopiëren. Hij kan hier na verloop van tijd zeer vaardig in zijn, waardoor de achterstand in de gehechtheid nauwelijks opvalt. Ook heeft hij emotionele en sociale vaardigheden aangeleerd gekregen die ver boven zijn ontwikkelingsniveau van de gehechtheid liggen. Daarbij kan iemand zichzelf ‘wenselijke’ gedragingen aanleren door boeken te lezen, films te kijken of er op een andere manier informatie over te verzamelen. Door het toepassen van de trucjes maskeert iemand met autisme dat hij niet aanvoelt hoe hij zich hoort te gedragen of wat er van hem verwacht wordt. Hij is zich nog niet bewust van zijn gekopieerde of aangeleerde gedragingen. Hij voelt deze niet aan en laat ze zien zonder werkelijk te begrijpen waarom hij deze toepast. Als iemand dagelijkse situaties nog niet kan aanvoelen, zal hij ‘overschakelen’ naar zijn cognitie. Een situatie verloopt altijd anders dan van tevoren bedacht. Het vraagt om inlevingsvermogen om je gedragingen op de veranderende situatie af te stemmen. Het inlevingsvermogen en de executieve functies beginnen pas te ontwikkelen vanaf Ontwikkelingsfase 5. Zover is iemand met autisme nog niet in zijn ontwikkeling
Een kind, jongere of volwassene kan nog niet aan de verwachtingen voldoen. Deze zijn vaak (veel) te hoog, er worden vaak vaardigheden verwacht die horen bij ontwikkelingsfase 6 of hoger. Hij heeft nog niet de mogelijkheid ontwikkeld om gedragingen en vaardigheden te laten zien die boven zijn ontwikkelingsniveau van de gehechtheid liggen. Dit betekent dat hij dagelijks overvraagd en overschat wordt en niet de nabijheid en uitleg krijgt die hij nodig heeft. Dit kost hem dagelijks enorm veel energie en gaat vaak gepaard met veel gevoelens van stress, fysieke klachten, angst, somberheid, weerstand, paniek, uitputting of onveiligheid. Dit zal zich blijven opstapelen, doordat hij zelf nog niet zijn stress en emoties kan duiden en reguleren. Iemand is aan het overleven in een voor hem onoverzichtelijke wereld. Bij autisme gaat het er dus niet om hoe oud iemand is of hoever zijn cognitie is ontwikkeld, maar in welke ontwikkelingsfasen van de gehechtheid diegene zich bevindt. Gedragingen, die gemaskeerd worden, worden nog niet herkend als juist gedrag behorende tot de ontwikkelingsfasen van de gehechtheid waarin iemand zich bevindt. Wanneer (complexe) gedragingen als vreemd, onopgevoed of ongepast worden geïnterpreteerd, is de kans groot dat deze worden gestopt, genegeerd, bekritiseerd en bestraft of men weet men niet hoe ermee om te gaan. Iemand met autisme krijgt dan niet de juiste nabijheid, sensitiviteit, begrip, steun en uitleg die hij nodig heeft om tot bewustwording en tot een volgende ontwikkelingsfase te komen. Hij wordt niet gehoord, begrepen en gezien: dit is bij autisme vaak het grootste trauma. Door gedragingen te plaatsen in de juiste ontwikkelingsfasen van de gehechtheid komt er begrip. Dan pas kunnen we in plaats van overvragen gaan vertragen en aansluiten bij wat we wel en nog niet kunnen verwachten. Voor de voortgang van het gehechtheidsproces is het belangrijk dat we ons eerst richten op de ontwikkeling van de emotionele en sociale gehechtheid. Het gehechtheidsproces alsnog doorlopen met de eerste gehechtheidspersoon, nieuwsgierigheid, bewustwording, eigen emoties duiden en emoties aanvoelen bij anderen, vormen de basis van gehechtheidsontwikkeling. Met cognitieve behandeling breng je de gehechtheid niet op gang. Door cognitieve therapieën leert iemand zich nog beter cognitief staande te houden, de discrepantie tussen cognitie en gehechtheid wordt alleen maar groter.
Met de Loekemeijermethode leer je anders kijken naar het gedrag van je kind. Door gedragingen te plaatsen in de juiste ontwikkelingsfase van de gehechtheid komt er begrip. Dan pas kan je - in plaats van overvragen - gaan vertragen en aansluiten bij wat je wel en nog niet kan verwachten. Gedrag dat eerst moeilijk of onbegrijpelijk leek, krijgt plots betekenis. Je ontdekt wat je kind nodig heeft om zich veilig en begrepen te voelen.
Het aansluiten bij je kind doe je door de Actieve Nabijheid te bieden die je kind nodig heeft, passend bij de ontwikkelingsfase waarin het zich bevindt. Hierdoor leer je het gedrag van je kind beter begrijpen en kun je je afstemming hierop aanpassen. Zo creëer je de veiligheid en verbinding die nodig zijn voor de verdere gehechtheidsontwikkeling.
Er zijn 7 stappen in het geven van Actieve Nabijheid. (link van maken)
Het is van belang dat er een eerste gehechtheidspersoon is die Actieve Nabijheid kan geven.
Daarnaast is het van belang dat belangrijke naasten (de andere ouder, grootouders, familie, vrienden) en betrokkenen (school, hulpverlener, …) ook dagelijks aansluiten, zodat de eerste gehechtheidspersoon optimaal gesteund wordt in het geven van actieve nabijheid.
Actieve nabijheid
Afstemmen op het tempo van je kind
Het toepassen van de Loekemeijermethode kan enkel door te vertragen, de tijd te nemen en te proberen anders te gaan aansluiten bij je kind. Het aansluiten, ofwel het geven van Actieve Nabijheid, gaat met vallen en opstaan.
Door zelf te gaan vertragen, kan je aansluiten bij je kind. Dit houdt in: verwachtingen naar beneden bijstellen, de (leer)doelen even vergeten, de lat lager leggen, geduld, verbinding, een stapje terug doen, de verwachting nog iets lager leggen, nog iets meer vertragen, nog een stapje terug doen en er gewoon zijn. Meer is niet nodig, dan je kun gaan verbinden en het gehechtheidsproces verder gaan doorlopen.
Meer weten over de Loekemeijermethode?
De Loekemeijermethode werd ontwikkeld door Yvonne Loekemeijer. Op haar website vind je hier nog veel meer informatie over terug.